Aangepaste dienstverlening SBB tot 1 januari 2021 Welke gevolgen heeft het coronavirus voor onze dienstverlening, zoals het erkennen van leerbedrijven? U leest hierover op https://www.s-bb.nl/nieuws/aangepaste-dienstverlening-tot-1-januari-2021

Veelgestelde vragen

In dit overzicht vindt u antwoorden op vragen over de kwalificatiestructuur. Uw vraag niet beantwoord? Raadpleeg de contactpagina voor advies op maat.

Wat is uw vraag?

scholingstrajecten met mbo-certificaten
Informatie over opleidingstrajecten
mbo-certificaten
Informatie over mbo-certificaten
keuzedeel ontwikkelen
hoe ontwikkel je een keuzedeel?
veranderaanpak keuzedelen
vragen en antwoorden
scholingstrajecten met mbo-certificaten
1Wanneer mag een onderwijsinstelling opleidingstrajecten voor mbo-certificaten aanbieden?
Zowel bekostigde als niet-bekostigde onderwijsinstellingen kunnen, aan studenten in het niet-bekostigd onderwijs, onderdelen van een beroepsopleiding aanbieden waaraan door OCW een mbo-certificaat is verbonden. Voorwaarde is wel dat de instelling ook de volledige diplomagerichte mbo-opleiding in haar onderwijsaanbod heeft. Bekostigde onderwijsinstellingen ontvangen voor de studenten die een deel van een beroepsopleiding volgen, geen bekostiging uit de lumpsum. Zij moeten bij de uitvoering van niet-bekostigd onderwijs zorgen voor gescheiden boekhouding en integrale kostprijsberekening.

Meer informatie? Neem contact op met het kennispunt onderwijs en examinering
3Welke wettelijke kaders zijn van toepassing voor het onderwijs voor mbo-certificaten?
De studenten volgen een deel van een mbo-opleiding; alle wettelijke kaders voor een niet-bekostigde mbo-opleiding zijn van toepassing. Dit betreft onder meer de in de WEB vastgelegde waarborgen voor de kwaliteit van onderwijs en examinering, toezicht door de Inspectie, uitvoering van de beroepspraktijkvorming in een erkend leerbedrijf en het afsluiten van een onderwijsovereenkomst.

Meer informatie? Neem contact op met het kennispunt onderwijs en examinering
4Zijn er vooropleidingseisen van toepassing bij opleidingstrajecten voor mbo-certificaten?
De in de WEB beschreven vooropleidingseisen voor de beroepsopleiding zijn ook van toepassing bij inschrijving van studenten voor een deel van die beroepsopleiding (gericht op het behalen van een mbo-certificaat). Dit is inclusief de bevoegdheid van de onderwijsinstelling om van deze vooropleidingseisen af te wijken als de student bij een onderzoek laat zien dat hij geschikt is voor het betreffende onderwijs.

Meer informatie? Neem contact op met het kennispunt onderwijs en examinering
5Wat moet de instelling vermelden in de onderwijsovereenkomst?
In de onderwijsovereenkomst wordt vermeld voor welke beroepsopleiding de student wordt ingeschreven (naam en crebocode van de kwalificatie). Ook bij een opleidingstraject voor een mbo-certificaat op basis van een keuzedeel wordt in de onderwijsovereenkomst de naam en crebocode vermeld van de kwalificatie, waaraan het keuzedeel is gekoppeld (bij meer kwalificaties wordt er één gekozen). Vervolgens wordt in de onderwijsovereenkomst vermeld om welk deel van deze beroepsopleiding het gaat. Bij een keuzedeel kan hier bijvoorbeeld de naam en de identificatiecode van het keuzedeel worden vermeld. Ten slotte dient de onderwijsovereenkomst te voldoen aan de voorschriften die van toepassing zijn voor niet-bekostigde opleidingen.

Meer informatie? Neem contact op met het kennispunt onderwijs en examinering
6In welke leerweg kunnen studenten die een mbo-certificaat willen behalen, worden ingeschreven?
De onderwijsinstelling kan studenten, die een deel van een mbo-opleiding volgen, inschrijven in de derde leerweg. De derde leerweg (OVO) is een niet-bekostigde leerweg zonder wettelijke voorschriften voor urennorm en studieduur. Inschrijving in de derde leerweg is vooralsnog geen wettelijke verplichting. Er kan ook gekozen worden voor (niet-bekostigd) bol of (niet-bekostigd) bbl. Dit heeft echter als nadeel dat de bijbehorende wettelijke voorschriften voor urennorm en studieduur bol en bbl ook van toepassing zijn.

Meer informatie? Neem contact op met het kennispunt onderwijs en examinering
7Hoe kan een onderwijsinstelling een erkenning voor de derde leerweg aanvragen?
De onderwijsinstelling moet, voorafgaand aan het inschrijven van studenten, een erkenning voor de derde leerweg aanvragen bij DUO. Dit geldt zowel voor bekostigde onderwijsinstellingen als niet-bekostigde onderwijsinstellingen. Voor onderwijsinstellingen met een BRIN-nummer is een verkorte procedure van toepassing als het gaat om een opleiding(en) binnen het bestaande onderwijsaanbod van de instelling.

Meer informatie over de aanvraagprocedure is te vinden in diploma erkenning aanvragen.
De verkorte procedure is te vinden door te klikken op ‘diploma-erkenning aanvragen’, ‘binnen bestaand aanbod’. De verkorte procedure betreft het formulier ‘Aanvraag diploma-erkenning mbo procedure 2’.

Meer informatie? Neem contact op met het kennispunt onderwijs en examinering
8Heeft onderwijs in mbo-certificaten bij bekostigde onderwijsinstelling effect op cijfers diplomaresultaten?
Als de onderwijsinstelling de studenten, die mbo-certificaten willen behalen, inschrijft in de derde leerweg, dan zijn er geen effecten. De inschrijvingen in de derde leerweg worden namelijk niet meegenomen bij de door DUO opgestelde berekeningen van diplomaresultaten en jaarresultaten. Deze cijfers, die door de Inspectie van het Onderwijs en derde partijen zoals het CBS en de Keuzegids MBO worden gehanteerd, hebben alleen betrekking op de inschrijvingen in bol en bbl.

Meer informatie? Neem contact op met het kennispunt onderwijs en examinering
9Welke mogelijkheden zijn er voor maatwerk bij opleidingstrajecten voor mbo-certificaten?
De onderwijsinstelling baseert de vormgeving van het opleidingstraject voor mbo-certificaten op de kwalificatie-eisen van het mbo-certificaat en op de beginsituatie van de betreffende student(en). De wet- en regelgeving voor niet-bekostigd onderwijs is van toepassing. De onderwijsinstelling kan bij het bepalen van de onderwijsuren rekening houden met al verworven werkervaring en de gevolgde cursussen van de betreffende studenten. De examencommissie van de onderwijsinstelling kan vrijstellingen voor examens verlenen.

Meer informatie? Neem contact op met het kennispunt onderwijs en examinering
10Hoe moet een uit te reiken mbo-certificaat er uit zien?
De wettelijke eisen aan de inhoud en vormgeving van een mbo-certificaat zijn opgenomen in bijlage 6 (certificaat voor beroepsgerichte onderdeel), bijlage 7 (certificaat voor keuzedeel) en bijlage 8 (toelichting) van de regeling modeldiploma mbo.

Meer informatie? Neem contact op met het kennispunt onderwijs en examinering
11Welke gegevens moeten onderwijsinstellingen aan DUO leveren over behaalde mbo-certificaten?
De behaalde mbo-diploma’s en mbo-certificaten worden in BRON en het diplomaregister geregistreerd. In de Wijzigingsregeling (MBO//856494) is toegelicht op welke wijze onderwijsinstellingen aan DUO gegevens over behaalde mbo-certificaten moeten verstrekken.

De volledige regeling Gegevensverstrekking persoonsgebonden nummer BVE 2009 BVE/Stelsel/97923 is te vinden op overheid.nl.

Meer informatie? Neem contact op met het kennispunt onderwijs en examinering
12Aan welke bekostigde studenten verstrekt een examencommissie een mbo-certificaat?
Aan een student die de diplomagerichte bekostigde opleiding voortijdig heeft verlaten maar wel het betreffende onderdeel heeft behaald waarvoor een mbo-certificaat is vastgesteld, verstrekt de examencommissie een mbo-certificaat. In het geval deze student verzoekt om een instellingsverklaring, kan de examencommissie de behaalde mbo-certificaten toevoegen aan de instellingsverklaring.
Aan een student die het diploma heeft behaald, verstrekt de examencommissie alleen het diploma met de bijbehorende resultatenlijst. Een examencommissie mag aan het uit te reiken diploma geen onderliggende mbo-certificaten toevoegen. Het diploma is het bewijs dat de student aan alle kwalificatie-eisen van de kwalificatie heeft voldaan, dit betreft ook de kwalificatie-eisen van de onderliggende mbo-certificaten.

Meer informatie? Neem contact op met het kennispunt onderwijs en examinering
mbo-certificaten
1Wat is een mbo-certificaat?
Een mbo-certificaat bevat een deel van de kwalificatie-eisen van een mbo-opleiding. Dit kan gaan om keuzedelen of beroepsgerichte onderdelen. De minister van OCW stelt met een regeling vast aan welke onderdelen van een mbo-opleiding een mbo-certificaat wordt verbonden. Een door de student behaald mbo-certificaat wordt geregistreerd in het diplomaregister van DUO.
2Voor wie zijn de mbo-certificaten bedoeld?
Met mbo-certificaten zijn bedoeld voor werkenden die zich verder willen ontwikkelen in hun werk, werkzoekenden en mensen die zich willen omscholen.
3Welke onderdelen van mbo-opleidingen komen in aanmerking voor een mbo-certificaat?
Een mbo-certificaat kan worden verbonden aan een keuzedeel of aan een beroepsgericht onderdeel van een mbo-opleiding. Een mbo-certificaat wordt alleen hieraan verbonden als het een zelfstandige betekenis heeft op de arbeidsmarkt. Het onderdeel moet een meerwaarde hebben voor werkenden en werkzoekenden en zorgen voor een bredere inzetbaarheid of voor een betere toerusting op veranderde beroepsinhoud. Als er meer mbo-certificaten worden verbonden aan één kwalificatie, moet elk certificaat afzonderlijk een zelfstandige betekenis hebben op de arbeidsmarkt.
4Wie kan opleidingstrajecten aanbieden waarbij mbo-certificaten worden behaald?
Zowel een bekostigde als een niet-bekostigde mbo-instelling kan aan werkenden of werkzoekenden een opleidingstraject aanbieden gericht op het behalen van een mbo-certificaat. Een bekostigde onderwijsinstelling ontvangt voor opleidingstrajecten voor mbo-certificaten geen bekostiging uit de lumpsum, het gaat om niet-bekostigd onderwijs. Alleen bij inschrijving in een niet-bekostigde mbo-opleiding kan iemand een deel van deze opleiding volgen gericht op het behalen van een mbo-certificaat. De mbo-instelling legt dan in de onderwijsovereenkomst met deze student vast welk onderdeel van welke beroepsopleiding de student volgt. De bekostigde mbo-opleidingen blijven altijd diplomagericht.
6Wat is het verschil tussen een mbo-certificaat en andere certificaten?
Bij een mbo-certificaat zijn de inhoud en voorwaarden voor o.a. examinering en kwaliteitsborging door OCW bij wet- en regelgeving vastgesteld. Een mbo-certificaat wordt opgenomen in het diplomaregister van DUO. Bij andere certificaten (zoals bijvoorbeeld VCA) zijn de inhoud en voorwaarden bepaald door de opleidings- of brancheorganisatie die de betreffende certificaten uitgeven.
7Kunnen behaalde mbo-certificaten gestapeld worden tot een diploma?
Het is mogelijk dat er meer mbo-certificaten zijn verbonden een beroepsopleiding. In dat geval kan een werkende of werkzoekende, in het niet-bekostigd onderwijs, elk van deze mbo-certificaten behalen. Omdat de onderwijsinstelling altijd een diplomagericht aanbod heeft voor de betreffende beroepsopleiding, kan de persoon, na een of meer behaalde mbo-certificaten, via vrijstellingen en een verkort opleidingstraject, het gehele mbo-diploma behalen.
8Hoe hebben studenten van het bekostigd, diplomagericht onderwijs met mbo-certificaten te maken?
Studenten van het bekostigd onderwijs volgen altijd het volledige opleidingsprogramma gericht op het behalen van het mbo-diploma. De examencommissie verstrekt een mbo-certificaat als de student voortijdig uit de diplomagerichte opleiding uitvalt en het betreffende onderdeel, waarvoor OCW een mbo-certificaat heeft vastgesteld, wél heeft behaald. Aan een student die het mbo-diploma heeft behaald, verstrekt de examencommissie geen mbo-certificaten. Het verstrekte mbo-diploma is het bewijs dat de student aan alle kwalificatie-eisen voldoet, dus ook aan die van eventueel onderliggende mbo-certificaten.
9Wat zijn certificaten groen beroepsonderwijs?
De kwalificaties van de groene sector in het mbo kennen, naast de mogelijkheid voor bovengenoemde mbo-certificaten, ook certificaten waarin de wettelijke beroepsvereisten van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zijn opgenomen. Deze certificaten noemen we de certificaten groen beroepsonderwijs. De minister van OCW heeft met de Regeling certificaten groen beroepsonderwijs aangegeven dat aan deze wettelijke beroepsvereisten een certificaat is verbonden.
10Welke keuzedelen komen in aanmerking voor het hieraan verbinden van een mbo-certificaat?
OCW verbindt, op voordracht van SBB, een mbo-certificaat aan een keuzedeel als het een zelfstandige betekenis op de arbeidsmarkt heeft. Bij de voordracht van SBB moet de zelfstandige betekenis van het keuzedeel worden toegelicht; wat is de meerwaarde van dit keuzedeel voor werkenden en werkzoekenden en hoe draagt het bij aan een bredere inzetbaarheid of een betere toerusting op veranderde beroepsinhoud? Remediërende en doorstroom keuzedelen komen vooralsnog niet in aanmerking voor het hieraan verbinden van een mbo-certificaat.
11Hoe vind ik de keuzedelen waar een mbo-certificaat aan is verbonden?
De keuzedelen waaraan een mbo-certificaat is verbonden worden gepubliceerd in de Regeling certificaten aantal keuzedelen. U kunt deze mbo-certificaten tevens vinden op de website van SBB.
12Kan ik aan SBB een voorstel doen tot het verbinden van mbo-certificaat aan een keuzedeel ?
Een onderwijsinstelling(en) en een bedrijf/bedrijven kunnen samen een voorstel doen aan SBB voor het verbinden van een mbo-certificaat aan een keuzedeel. Via 'nieuw voorstel' kunt u een aanvraag indienen.

Bij het doen van een voorstel is het van belang dat de onderwijsinstelling en het bedrijf/de bedrijven aangeven wat de meerwaarde is van dit keuzedeel voor werkenden en werkzoekenden. U kunt er bijvoorbeeld aan denken dat het betreffende keuzedeel leidt tot bredere inzetbaarheid of beter voldoen aan actuele beroepsinhoud. Daarbij dient het voorstel ook de (kwalitatieve en/of kwantitatieve) behoefte van de arbeidsmarkt te beschrijven. Tevens moet de verwachte doelgroep voor het mbo-certificaat specifiek worden beschreven.

Onderwijs en sociale partners in de sectorkamers van SBB beoordelen deze voorstellen. Als zij het voorstel ondersteunen, doet SBB een voordracht aan de minister om aan het betreffende keuzedeel een mbo-certificaat te verbinden. De voordracht van SBB wordt voorzien van een onderbouwing van de zelfstandige betekenis van dit keuzedeel op de arbeidsmarkt. De minister stelt bij regeling vast aan welke keuzedelen een mbo-certificaat verbonden is.
13Kan ik aan SBB een voorstel doen voor een mbo-certificaat voor een beroepsgericht onderdeel?
Dit is mogelijk. Via 'nieuw voorstel' kunt u een aanvraag indienen. In het kader van het SBB Actieplan Stages en leerbanen heeft de minister van OCW, SBB gevraagd om te zorgen voor een tijdelijke extra inzet met tot doel het realiseren van een forse uitbreiding van het aantal certificaten voor arbeidsmarktrelevante onderdelen van beroepsopleidingen. Onderwijsinstellingen en bedrijven kunnen samen een voorstel doen aan SBB voor het verbinden van een certificaat aan een beroepsgericht onderdeel. Dit voorstel moet worden voorzien van een onderbouwing. Onderwijs en sociale partners in de sectorkamers beoordelen deze voorstellen. Ook beoordeelt de toetsingskamer of het voorstel voldoet aan het toetsingskader. Op basis hiervan doet SBB een voordracht aan de minister.
14Kan een mbo-certificaat samengesteld worden uit een mix van verschillende kwalificaties?
Nee, dit is niet mogelijk. Een mbo-certificaat betreft altijd een volledig keuzedeel óf een selectie uit de beroepsgerichte kwalificatie-eisen van een kwalificatie. Een mbo-certificaat voor een beroepsgericht onderdeel betreft altijd één kwalificatie, er kan geen mix gemaakt worden van meerdere kwalificaties.
15Welke onderbouwing is nodig bij een aanvraag van een mbo-certificaat voor beroepsgerichte onderdelen?
Voor de onderbouwing van een mbo-certificaat voor beroepsgerichte onderdelen gelden dezelfde vereisten als bij een mbo-certificaat dat verbonden wordt aan een keuzedeel. Daarbij gaat het om onderbouwing van een landelijk herkenbare scholingsbehoefte, zelfstandige betekenis op de arbeidsmarkt en de specificering van de doelgroep.
16Welke beroepsgerichte onderdelen mag ik selecteren uit een kwalificatie en mag ik deze ook aanpassen?
Het werkproces is de kleinste eenheid die in zijn geheel in stand moet blijven. Het werkproces is het hart van een kwalificatie en daarmee ook de inhoudelijke basis voor de selectie van de eisen voor een mbo-certificaat. Een selectie van eisen voor een mbo-certificaat zal dus altijd uit minimaal een werkproces moeten bestaan en er mag aan het werkproces niets veranderd worden. De structuur wordt bij nog kleinere eenheden onbeheersbaar, ook al omdat onderdelen dan niet meer herleidbaar zijn naar een kwalificatie.  Op basis van de selectie van werkproces(sen) wordt vervolgens het restant van de kerntaak (complexiteit, verantwoordelijkheid ne zelfstandigheid, kennis en vaardigheden) verder in verhouding gebracht. Daarbij ligt de focus op schrappen wat niet langer van toepassing is en in goed Nederlands opschrijven. Nieuwe beroepsinhoud toevoegen mag niet.
17Is het toegestaan om uit alle typen kwalificaties beroepsgerichte onderdelen te selecteren voor een mbo-certificaat?
Mbo-certificaten kunnen verbonden worden aan beroepsgerichte onderdelen van de volgende typen kwalificaties: beroepsopleidingen, vakopleidingen, middenkaderopleidingen en specialistenopleidingen.
18Zijn er eisen aan de omvang van een certificaat voor beroepsgerichte onderdelen?
Ja, er is sprake van een minimumomvang van 240 en maximaal 1200 studiebelastingsuren (sbu). Dit betreft een indicatie van de optelsom BPV, BOT en zelfstudie op basis van de selectie van beroepsgerichte onderdelen uit de kwalificatie in relatie tot het reguliere aanbod voor een beginnend beroepsbeoefenaar. Voor de uitvoering van het mbo-certificaat in de derde leerweg gelden geen urennormen.
keuzedeel ontwikkelen
1Wat zijn de sbu-criteria?
Kies de omvang in studiebelastingsuren (sbu) voor het keuzedeel. Minimaal 240 sbu, maximaal 720 sbu (in eenheden van 240 sbu). De omvang van het keuzedeel moet passen binnen de keuzedeelverplichting. Voorbeeld: een keuzedeel van 720 sbu kan niet gekoppeld worden aan een 2-jarige kwalificatie met een keuzedeelverplichting van 480 sbu.

De omvang van de keuzedeelverplichting is afgeleid van het soort opleiding:

• Entreeopleiding op niveau 1: 240 sbu
• Basisberoepsopleiding op niveau 2: 480 sbu
• Vakopleiding op niveau 3: 720 sbu
• Middenkaderopleiding op niveau 4: 720 sbu (zowel voor 3jr als >3jr)
• Specialistenopleiding op niveau 4: 240 sbu

Kanttekening: de omvang van de keuzedeelverplichting kan 240 sbu lager zijn indien de onderwijsinstelling gebruik maakt van de mogelijkheid om een deel van de keuzedeelverplichting te gebruiken voor persoonlijke, culturele of levensbeschouwelijke vorming. Deze mogelijkheid geldt niet voor de Entreeopleiding en de Specialistenopleiding omdat er in dat geval helemaal geen keuzedeelverplichting overblijft. Uitvoering van het keuzedeel kan plaatsvinden in de vorm van begeleid onderwijs, bpv en/of zelfstudie.
2Hoe bepaal ik het type keuzedeel?
Er zijn vier typen keuzedelen: verdiepende, verbredende, doorstroom en remediërende keuzedelen. U kunt meerdere typen selecteren.

• Doorstroom: Deze keuzedelen bevatten (vak)inhouden en / of competenties die bevorderen dat de deelnemer kan slagen op een hoger niveau binnen het mbo of in de overstap naar het hbo.
• Verdiepend: Deze keuzedelen zijn direct gerelateerd aan de inhoud van de kwalificatie waaraan het gekoppeld is. De inhoud vormt een verdieping van een onderdeel van de kwalificatie. Een verdiepend keuzedeel kan bijvoorbeeld gebruikt worden om te oriënteren op het hogere aanpalende niveau.
• Verbredend: Deze keuzedelen bevatten inhouden die los staan van de kwalificatie waaraan ze gekoppeld zijn, maar vormen daarop wel een zinvolle aanvulling. Er is per definitie geen sprake van overlap tussen het verbredende keuzedeel en de kwalificatie.
• Generiek: Deze keuzedelen hebben een sectoroverstijgend karakter. Ze zijn doorgaans gekoppeld aan een groot aantal kwalificaties dan wel kunnen daaraan gekoppeld worden omdat ze niet contextspecifiek ingekleurd zijn.
• Remediërend: Dit type geldt voor de Entree-opleiding en de niveau 2-opleidingen. Een remediërend keuzedeel mag inhoud bevatten die al deel uitmaakt van de kwalificatie waaraan het gekoppeld is. Dat is met name mogelijk gemaakt omdat taal en rekenen voor een deel van deze doelgroep een struikelblok vormt.
3Waar moet ik op letten bij het formuleren van een kerntaaktitel?
Zorg dat de titel uniek is en duidelijk maakt waar de kerntaak over gaat. De titel mag geen cijfers bevatten.

Een kerntaak beslaat een belangrijk, redelijk autonoom deel van de beroepsuitoefening. Kies een titel die representatief is voor dit deel van het beroep en de daarmee samenhangende vakkennis, vaardigheden en (indien van toepassing) werkprocessen. Formuleer de kerntaaktitel titel kort, bondig en actief.
4Hoe beschrijf ik de complexiteit van een kerntaak?
Complexiteit is één van de aspecten die het niveau van de kerntaak bepalen. Complexiteit wordt beschreven in een lopend verhaal en in de context van de kerntaak.

Complexiteit verwijst naar de aard van het werk, de aard van de vakkennis en vaardigheden en de context waarbinnen handelingen uitgevoerd worden. Beschrijf beknopt:

• De aard van de werkzaamheden: wisselend of gestructureerd, lokaal of ook internationaal.
• De mate van standaardisering van werkzaamheden en de diversiteit ervan.
• De aard van de kennis en vaardigheden: Gaat het om basale kennis, basiskennis, kennis of specialistische kennis? Hoe breed is het domein van de kennis c.q. de vaardigheden waarover de beroepsbeoefenaar dient te beschikken? Maak hierbij gebruik van de NLQF-descriptoren (zie handleiding, het schrijven van een keuzedeel).
• Overige complicerende factoren, zoals mate van afbreukrisico en kenmerkende beroepsdilemma's.
5Hoe beschrijf ik het niveau van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid?
Beschrijf, met behulp van de NLQF-descriptoren, wat de mate van zelfstandigheid en de aard van verantwoordelijkheid is. Beschrijf (waar relevant) het typerende niveau-onderscheid. Waaraan kun je zien om welk niveau het gaat? Dit moet tot uitdrukking komen in de beschrijving.

De NLQF-descriptoren laten bijvoorbeeld zien dat het onderscheid tussen niveau 3 en 4 met name zit in de mate van verantwoordelijkheid voor het werk van anderen: een gedeelde verantwoordelijkheid voor het resultaat van routinewerk van anderen (3) tegenover gedeelde verantwoordelijk voor het resultaat van het werk van anderen (4). De 'span of control' is breder bij niveau 4.
6Welke richtlijnen gelden voor het beschrijven van de vakkennis en vaardigheden?
Het kwalificatiedossier bevat een duidelijke en evenwichtige beschrijving van vakkennis en vaardigheden van de beroepengroep (basistheorieën, principes, concepten, methodieken, instrumenten) die voorwaardelijk zijn voor het succesvol uitoefenen van de werkprocessen in een kerntaak.

Voor de beschrijving van vakkennis en vaardigheden gelden de volgende richtlijnen:

• Beschrijf vakkennis en vaardigheden actief in een volledige zin met werkwoord, onderwerp en context.
• Doe dat met behulp van de beschrijvingswijze van het NLQF. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen de diepgang en de inhoud van de kennis of vaardigheid.
• Geef aan wat het niveau van de gevraagde vakkennis en vaardigheden is door middel van de NLQF-descriptoren. Beschrijf vakkennis en vaardigheden op het goede abstractieniveau, zodat deze niet binnen 5 jaar verouderd en achterhaald zijn
• Formuleer vakkennis en vaardigheden zodanig concreet dat ze voldoende houvast bieden voor gebruikers voor de inhoudelijke inrichting van het onderwijs, de examens en de beroepspraktijkvorming;
• Bewaak het onderscheid tussen vakkennis en vaardigheden:

o bij vakkennis gaat het om reproductie van of inzicht in theorieën, principes, concepten;
o bij vaardigheid gaat het om het kunnen toepassen daarvan in een bepaalde beroepscontext.

• Bewaak het onderscheid én de samenhang tussen handelingen in de werkprocessen en vakkennis en vaardigheden.
7Waar moet ik op letten bij het formuleren van een titel voor een werkproces?
Zorg dat de titel uniek is en duidelijk maakt waar het werkproces over gaat. De titel mag geen cijfers bevatten.

Een werkproces beschrijft een afgebakend aantal handelingen die gaan over één thema/onderwerp en overlappen niet met handelingen in andere werkprocessen. Kies een werkprocestitel die representatief is voor deze onderliggende handelingen. Formuleer de kerntaaktitel titel kort, bondig en actief.
8Aan welke criteria moet de omschrijving van een werkproces voldoen?
Benoem handelingen die iemand uitvoert om tot een resultaat te komen. Zorg dat de omschrijving over één thema gaat, geen overlap heeft met een ander werkproces en past bij de titel van de kerntaak.

Een omschrijving van een werkproces:
• beschrijft handelingen die passen bij de gekozen titel;
• vormt een afgebakend geheel, d.w.z. de handelingen in een werkproces gaan over één thema/onderwerp en overlappen niet met handelingen in een ander werkproces;
• bestaat uit meerdere samenhangende handelingen (nooit één handeling);
• is specifiek en contextrijk geformuleerd zodat er sprake is van kleuring en herkenbaarheid van de branche (de uitzondering hierop wordt gevormd door werkprocessen die een branche- of sectoroverstijgend karakter hebben zoals dat bijvoorbeeld geldt voor werkprocessen op thema's als management en ondernemerschap);
• is op het goede abstractieniveau geformuleerd en bevat geen 'genest' werkproces, dat wil zeggen: een werkproces mag geen ander werkproces omvatten;
• is beschreven in actieve schrijftaal en is kort en bondig beschreven;
• beschrijft wat een beginnend beroepsbeoefenaar doet en is uitvoerbaar in het onderwijs en in het bedrijf;
• kent een begin en een eind, heeft een waarneembaar resultaat.

Controlevraag: Kan dit werkproces in de praktijk worden uitgevoerd door de beginnend beroepsbeoefenaar? (dus mag het ook tijdens de BPV worden geoefend?)
9Hoe beschrijf ik het resultaat van een werkproces?
Is een werkproces afgerond? Dan is er altijd een resultaat dat logisch aansluit op de totaal van verrichte handelingen. Benoem dit eindresultaat.

Een werkproces heeft een resultaat in termen van opbrengst of uitkomst waaraan de beroepsbeoefenaar bijdraagt. Probeer hierbij te komen tot een algemeen resultaat van het werkproces; geef geen opsomming van deelresultaten. Het geformuleerde resultaat moet een logisch gevolg zijn van en aansluiten bij de beschreven handelingen.

Resultaten:
• zijn onderscheidend uitgewerkt;
• zijn zo concreet mogelijk geformuleerd: een omschrijving van een concrete uitkomst of opbrengst en de eigenschappen waaraan die uitkomst moet voldoen;
• zijn consistent beschreven met het niveau van de kwalificatie (beginnend beroepsbeoefenaar/NLQF-descriptoren/complexiteit);
• zijn het resultaat van dat werkproces (van zowel het 'wat': de handelingen als het 'hoe': de wijze van uitvoering van de handelingen);
• zijn op het goede abstractieniveau beschreven;
• zijn te verbinden aan de werkprocessen en bevatten geen elementen die niet voorkomen in dan wel niet logisch voortvloeien uit het werkproces.
10Hoe omschrijf ik gedrag bij een werkproces?
Beschrijf het gedrag dat iemand tijdens het uitvoeren van het werkproces laat zien. Voorbeelden zijn: klantgericht, planmatig of proactief.

Gedragsomschrijvingen bevatten een norm die de gewenste houding van de beroepsbeoefenaar beschrijft passend bij het werkproces (bijvoorbeeld: proactief, initiërend, klantgericht, inlevend, samenwerkingsgericht etc.) en/of de adequate wijze van handelen (bijvoorbeeld: volgens de richtlijnen, planmatig, gestructureerd etc.). Noem bij ieder werkproces alleen het essentiële gedrag voor dat werkproces. Bij gedrag gaat het dus niet om wat hij doet, maar om hoe hij het doet. Doe dat in de vorm van een puntsgewijze opsomming.

Het gedrag beschrijft hoe men kan 'zien' dat een beginnend beroepsbeoefenaar de competentie succesvol inzet om bij te dragen aan het resultaat. Kies de competentie waarvan het gedrag is afgeleid.
veranderaanpak keuzedelen
1Scholen en bedrijven mogen zelf keuzedelen ontwikkelen. Wat betekent dat?
Mbo-scholen mogen zelf, samen met het bedrijfsleven, keuzedelen ontwikkelen. Zij kunnen bij SBB een melding doen van een nieuw keuzedeel. In het proces vervalt de betrokkenheid van sectorkamers en marktsegmenten. Wel moeten keuzedelen voldoen aan het vastgestelde toetsingskader. De rol van de Toetsingskamer vervalt dus niet. Elk keuzedeel wordt na ontwikkeling getoetst op criteria benoemd in het  Toetsingskader kwalificatiestructuur, zoals meerwaarde voor het register (geen ondoelmatige overlap met andere keuzedelen), omvang (past het in de keuzedeelverplichting) en vormvereisten. Als het keuzedeel voldoet wordt het aangeboden aan de minister voor vaststelling.
2Hoe doen scholen en bedrijven straks een voorstel voor een nieuw keuzedeel?
Om indieners stap voor stap te helpen bij het melden of ontwikkelen van een nieuw keuzedeel ontwikkelt SBB een online tool. Omdat we de groei van het aantal keuzedelen willen bewaken hebben we afspraken gemaakt over de wijze van indienen van keuzedelen. Voor iedere aanvraag is steun nodig van het college van bestuur (c.q. het bevoegd gezag) en van representatieve vertegenwoordigers van het (georganiseerd) bedrijfsleven. Dat is van belang met het oog op het draagvlak bij onderwijs en regionale bedrijfsleven, maar ook voor de uitvoerbaarheid en betaalbaarheid van het beoogde keuzedeel en de onderwijs- en examenmiddelen die ontwikkeld moeten worden. Met behulp van de online tool worden indieners vervolgens stap voor stap geholpen.
3Kan SBB helpen bij de ontwikkeling van keuzedelen?
Indieners van een keuzedeel kunnen voor de ontwikkeling zeker een beroep blijven doen op ondersteuning het team Kwalificeren & Examineren van SBB. Ook om te sparren over een uitwerking. Bovendien plaatst SBB handleidingen op de online tool om indieners te helpen bij het zelf ontwikkelen van een keuzedeel. Indieners kunnen over hun idee voor een nieuw keuzedeel ook advies vragen van de Toetsingskamer over de toetsingscriteria. Bijvoorbeeld om te onderzoeken of er al een vergelijkbaar keuzedeel in het register is opgenomen. Ook dat kan via het portal kwalificatiestructuur.
4Verandert er iets aan het aanvragen van een mbo-certificaat voor een keuzedeel?
Er verandert niets aan het aanvragen van een certificaat. Over de ontwikkeling van keuzedelen waarvoor een mbo-certificaat wenselijk is, zullen sectorkamers en marktsegmenten het bestuur van SBB blijven adviseren. Het is eveneens mogelijk om een certificaat aan te vragen voor een al eerder ontwikkeld keuzedeel. Ook dat loopt via de sectorkamers.
5De koppeling van keuzedelen aan kwalificaties wordt losgelaten. Wat betekent dat voor de aanvraag van een nieuw keuzedeel?
Vooruitlopend op aanpassing van de wet zal de minister vanaf studiejaar 2020-2021 voor nieuwe keuzedelen geen koppeling meer vaststellen. Voor deze maatregel is een wijziging nodig in de WEB. Bij ontwikkeling van een nieuw keuzedeel geeft de indiener aan voor welke opleiding(en) of voor welk opleidingsdomein het keuzedeel bedoeld is. Op die manier wordt duidelijk welke combinaties de voorkeur hebben. Een keuzedeel mag geen ondoelmatige overlap kennen met de mbo-kwalificatie waarvoor het keuzedeel wordt ontwikkeld.
6Wat betekent het loslaten van de koppeling voor het aanbieden van keuzedelen?
Voor het loslaten van de koppeling tussen keuzedeel en kwalificatie is een wijziging van de WEB noodzakelijk. De voorbereidingen zijn erop gericht dat deze wijziging in werking treedt per schooljaar 2022-2023 voor alle studenten. In de tussentijd stelt de minister geen nieuwe koppelingen meer vast voor nieuwe of gewijzigde keuzedelen die na 1 augustus 2020 worden vastgesteld. Van scholen die deze keuzedelen aanbieden wordt wel verwacht dat zij ervoor zorgen dat het keuzedeel geen ondoelmatige overlap kent met de kwalificatie waarbij het wordt aangeboden. Ook moet een school desgevraagd kunnen uitleggen dat dit keuzedelenaanbod past bij de student, diens belangstelling en de wensen van de arbeidsmarkt. Reeds bestaande keuzedelen van voor 1 augustus 2020 blijven gekoppeld aan een of meerdere kwalificaties tot aan de inwerkingtreding van de wetswijziging. Voor deze keuzedelen kunnen scholen zoals gebruikelijk wel koppelverzoeken blijven indienen bij SBB om een nog niet bestaande koppeling tussen keuzedeel en kwalificatie mogelijk te maken. Ook kunnen studenten altijd een verzoek doen voor het volgen van een niet-gekoppeld keuzedeel.
7Aanvulling op vraag 6 voor niet-bekostigde instellingen
Een niet-bekostigde instelling, die op grond van de WEB keuzedelen mag aanbieden die gekoppeld zijn aan de kwalificatie(s) waarvoor het een diploma-erkenning heeft, mag eveneens elk keuzedeel aanbieden dat na 1 augustus 2020 is vastgesteld. De niet-bekostigde instelling moet naast uitleg over het passen van het keuzedeel bij de student, belangstelling en de wensen van de arbeidsmarkt, desgevraagd kunnen uitleggen dat dit aanbod past bij de beroepsopleidingen waarvoor de NBI een diploma-erkenning heeft. Verder geldt ook voor een niet-bekostigde instelling dat zij borgt dat het keuzedeel geen ondoelmatige overlap heeft met de kwalificatie waarbij het wordt aangeboden.
8Waarom komen er op niveau 2 bijspijkerkeuzedelen?
Voor mbo-opleidingen op niveau 2 worden voortaan remediërende keuzedelen toegestaan. Deze mogelijkheid bestaat al voor de entreeopleiding. De inhoud van keuzedelen mag overlappen met die van een kwalificatie op niveau 2. Voor studenten met een achterstand kunnen remediërende keuzedelen van meerwaarde zijn om alsnog een startkwalificatie te behalen. Dat vergroot hun kansen op succes in het vervolgonderwijs of op de arbeidsmarkt. Zo is bijvoorbeeld een goed taal- en rekenniveau essentieel voor het functioneren in de samenleving. Vanzelfsprekend kunnen ook verdiepende, verbredende en op doorstroom gerichte keuzedelen worden aangeboden op niveau 2.
9Worden de regels voor examinering aangepast?
Er komt meer ruimte om de examinering van keuzedelen verantwoord en uitvoerbaar in te richten. Denk daarbij aan representatief examineren en het inzetten van examenvormen als portfolio. Het Kennispunt MBO Onderwijs & Examinering zal hiertoe in overleg met het ministerie van OCW en Inspectie van het Onderwijs een handreiking ontwikkelen en bijeenkomsten organiseren om scholen te informeren over deze mogelijkheden.
10Hoe wordt de vrijstellingsregeling aangepast?
Studenten die binnen het mbo doorstromen naar een vervolgstudie of switchen van opleiding, krijgen ruimere mogelijkheden voor vrijstelling op al behaalde keuzedelen. Deze maatregel wordt nader uitgewerkt.
11Hoe wordt de regeldruk bij keuzedelen verminderd?
Een van de maatregelen is dat de onderwijsovereenkomst (OOK) wordt afgeschaft. Hiervoor is wetgeving in voorbereiding, die op termijn, na goedkeuring door de Eerste en Tweede Kamer en op zijn vroegst per augustus 2023, in werking kan treden. Keuzedelen hoeven vanaf dan dus niet meer te worden toegevoegd aan de OOK, en dat scheelt flink in de administratieve lasten. Daarnaast kan de school nu keuzedelen in het aanbod opnemen die niet gekoppeld zijn aan de kwalificaties en is de procedure van zelf ontwikkelen van een keuzedeel (in de regio) sterk vereenvoudigd. Er wordt nog verder uitgewerkt op welke andere manieren de administratieve last en regeldruk verder kan worden verminderd.
12Wat houdt de slaag-zakregeling voor keuzedelen in?
Voor studenten die in het studiejaar 2020-2021 starten met een opleiding, telt de hoogte van het behaalde resultaat voor de keuzedelen mee voor het behalen van het diploma. Een handreiking staat op Kennispunt MBO Onderwijs & Examinering. De Inspectie zal in het studiejaar 2020-2021 keuzedelen wel betrekken bij het toezicht, maar de bevindingen dragen nog niet bij aan het oordeel over examenkwaliteit. Als de inspectie bijzonderheden constateert, worden deze besproken tijdens het onderzoek.
13Hoeveel sbu aan keuzedelen moeten studenten volgen bij een middenkaderopleiding die langer dan 3 jaar mag duren?
Op dit moment is dat nog 960 sbu, maar er wordt gewerkt aan een wijziging van het Examen en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB waarmee de eis wordt bijgesteld naar 720 sbu. Door deze wijziging wordt het aantal sbu aan keuzedelen dat moet worden gevolgd voor alle middenkaderopleidingen gelijk gesteld ongeacht de studieduur, net zoals dat het geval is bij de vakopleidingen en de basisberoepsopleidingen. Ook daar heeft de opleidingsduur namelijk geen invloed op de omvang van de keuzedeelverplichting. Naar verwachting gaat deze wijziging in per cohort 2021-2022.
14Kan het aanbieden van Persoonlijke, culturele of levensbeschouwelijke vorming (PCL) in de plaats van een keuzedeel ook op een enkele locatie van een mbo-instelling?
Ja dit kan. Het besluit om een keuzedeel te vervangen voor PCL binnen een opleiding hoeft niet te gelden voor alle locaties van een instelling waar deze opleiding gegeven wordt. De instelling heeft de vrijheid om dit voor dezelfde opleiding op de ene locatie wel en op de andere locatie niet te doen.
15Mag een keuzedeel verplicht worden gesteld?
Het uitgangspunt is dat een student zelf de keuze heeft hoe hij of zij zich wil verdiepen, verbreden of oriënteren op doorstroom door middel van keuzedelen. Er moet gedurende de opleiding dus altijd sprake zijn van een keuzemoment tussen meerdere keuzedelen en dat betekent dat de school moet zorgen voor een keuzedelenaanbod waarin er voor de student echt iets te kiezen valt.
16Wat als een keuzedeel door ontwikkelingen zo essentieel wordt dat het eigenlijk onderdeel zou moeten uitmaken van het reguliere programma van een opleiding?
Door ontwikkelingen in het beroep kunnen sommige keuzedelen zo essentieel worden dat ze eigenlijk voor elke student onderdeel zouden moeten uitmaken van de kwalificatie waarop het reguliere programma van een opleiding is gebaseerd. De inhoud van het keuzedeel zou dan moeten worden opgenomen in de kwalificatie zelf. Scholen kunnen dit soort signalen melden bij de sectorkamer van SBB die verantwoordelijk is voor het onderhoud van het kwalificatiedossier. Bij actualisering van kwalificaties bekijken sectorkamers altijd of de inhoud van keuzedelen in de kwalificatie opgenomen moet worden.
17Mogen studenten die in de derde leerweg een deel van de opleiding willen volgen, ook kiezen voor de nieuwe keuzedelen van na 1 augustus 2020?
Scholen hebben, in de derde leerweg, de mogelijkheid om met een student af te spreken dat deze een deel van een opleiding volgt. Dit kan ook een keuzedeel zijn dat na 1 augustus 2020 is vastgesteld. De school moet wel kunnen uitleggen dat het keuzedeel passend is, zie het antwoord op vraag 6. De werkwijze bij inschrijving is bij de niet-gekoppelde keuzedelen van na 1 augustus 2020 hetzelfde als bij bestaande keuzedelen die aan meerdere kwalificaties zijn gekoppeld: - de school legt, in overleg met de student, in de onderwijsovereenkomst vast om welk deel van welke opleiding het gaat (naam en code keuzedeel en naam en code kwalificatie). - de school dient vooraf aan inschrijving te beschikken over de diploma-erkenning derde leerweg van deze kwalificatie. Bij de voorgenomen wetswijziging vanwege het loslaten van de koppeling onderzoekt het ministerie van OCW ook of bovenstaande werkwijze nog passend is.

Vraag niet beantwoord?

Is uw vraag nog onbeantwoord? U kunt contact opnemen met SBB of Kennispunt Onderwijs & Examinering.