Aangepaste dienstverlening Welke gevolgen heeft het coronavirus voor onze dienstverlening, zoals het erkennen van leerbedrijven? U leest hierover op https://www.s-bb.nl/nieuws/aangepaste-dienstverlening

Veelgestelde vragen

In dit overzicht vindt u antwoorden op vragen over de kwalificatiestructuur. Uw vraag niet beantwoord? Raadpleeg de contactpagina voor advies op maat.

Wat is uw vraag?

mbo-certificaten
Informatie over mbo-certificaten
keuzedeel ontwikkelen
hoe ontwikkel je een keuzedeel?
veranderaanpak keuzedelen
vragen en antwoorden
mbo-certificaten
1Wat is een mbo-certificaat?
Een mbo-certificaat is het bewijs dat een student een door OCW vastgesteld onderdeel van een mbo-opleiding heeft behaald. Een mbo-certificaat kan worden verbonden aan een keuzedeel of aan een beroepsgericht onderdeel van een mbo-opleiding.
2Voor wie is een mbo-certificaat bedoeld?
De mbo-certificaten zijn vooral bedoeld voor bij-, op- en omscholing van werkenden en werkzoekenden. Met als doel dat zij breder inzetbaar worden en/of weer voldoen aan de nieuwe eisen van een veranderd beroep. Maar ook studenten die een diplomagerichte opleiding voortijdig verlaten, kunnen een mbo-certificaat krijgen. Ze moeten dan het onderdeel hebben gehaald waarvoor OCW een mbo-certificaat heeft vastgesteld.
3Voor welke beroepsgerichte onderdelen of keuzedelen wordt een certificaat vastgesteld?
Er kan een certificaat worden verbonden aan een beroepsgericht onderdeel of keuzedeel als:
- deze voorziet in een door bedrijven/werkgevers direct ervaren scholingsbehoefte, waarbij deze scholingsbehoefte landelijk wordt herkend binnen de relevante branche(s) en sector(en). De beschreven scholingsbehoefte is kwalitatief en/of kwantitatief onderbouwd.
- deze een zelfstandige betekenis heeft op de arbeidsmarkt; het betreft een afgerond takenpakket dat voor een bredere inzetbaarheid zorgt, dan wel voor een betere uitvoering van beroepstaken zodat weer voldaan wordt aan de actuele eisen van het beroep.
- de beoogde doelgroep werkenden en/of werkzoekenden nader is gespecificeerd.
4Waar is te vinden welke mbo-certificaten zijn vastgesteld?
De keuzedelen en beroepsgerichte onderdelen waaraan een mbo-certificaat is verbonden, zijn te vinden in de portal Kwalificatiestructuur van SBB. Een beroepsgerichte onderdeel waaraan een certificaat is verbonden is tevens opgenomen als bijlage bij het betreffende kwalificatiedossier.
6Waar kan ik een overzicht vinden per kwalificatie van de certificaten beroepsgerichte onderdelen?
Deze is in de portal kwalificatiestructuur te vinden bij de downloads (overige informatie).
7Waar is de inhoud beschreven van een certificaat voor een beroepsgericht onderdeel? Welke onderbouwing is nodig bij een aanvraag van een mbo-certificaat voor beroepsgerichte onderdelen?
Als een certificaat is verbonden aan een beroepsgericht onderdeel van een kwalificatie, zijn de kwalificatie-eisen van dit beroepsonderdeel als bijlage toegevoegd aan de kwalificatie, in het kwalificatiedossier waarvan deze kwalificatie deel uitmaakt. De bijlage heeft de titel ‘eisen mbo-certificaat’.

De bijlage bevat de beschrijving van de voor het certificaat geselecteerde kwalificatie-eisen. Verder bevat de bijlage een toelichting waarom aan dit beroepsgericht onderdeel van de kwalificatie een certificaat is verbonden. Hierbij wordt ingegaan op:
• de scholingsbehoefte en de landelijke herkenbaarheid ervan;
• de zelfstandige betekenis van het beroepsgerichte onderdeel (met een beschrijving van het afgeronde takenpakket dat zorgt voor bredere inzetbaarheid dan wel betere uitvoering van beroepstaken);
• de doelgroep(en).
8Welke informatie over een certificaat is opgenomen bij een keuzedeel?
In de algemene toelichting in het keuzedeel is beschreven of er een certificaat aan dit keuzedeel is verbonden en welke redenen hiervoor zijn. Hierbij wordt ingegaan op:
- de scholingsbehoefte en de landelijke herkenbaarheid ervan;
- de zelfstandige betekenis van het keuzedeel;
- de doelgroep(en).
De inhoud van een keuzedeel (de keuzedeel-eisen) blijft ongewijzigd.
9Kan een mbo-certificaat samengesteld worden uit een mix van verschillende kwalificaties?
Nee, een mbo-certificaat voor een beroepsgericht onderdeel betreft altijd een selectie uit de beroepsgerichte kwalificatie-eisen van één kwalificatie. Een mbo-certificaat kan niet verbonden worden aan kwalificatie-eisen die afkomstig zijn van verschillende kwalificaties.
10Kan een mbo-certificaat worden vastgesteld voor een deel van een keuzedeel?
Nee, een certificaat wordt alleen verbonden aan een volledig keuzedeel.
11Kunnen er meerdere beroepsgerichte mbo-certificaten verbonden worden aan één kwalificatie?
Ja, dit is mogelijk. Als er meerdere mbo-certificaten zijn verbonden aan beroepsgerichte onderdelen van één kwalificatie, betekent dit dat van elk afzonderlijk onderdeel is aangegeven dat dit onderdeel een zelfstandige betekenis heeft op de arbeidsmarkt. De kwalificatie-eisen die voor elk certificaat zijn geselecteerd, kunnen elkaar deels overlappen.
12Kan een beroepsgericht mbo-certificaat worden samengesteld uit onderdelen van verschillende kwalificaties?
Nee, een mbo-certificaat voor een beroepsgericht onderdeel betreft altijd een selectie uit de beroepsgerichte kwalificatie-eisen van één kwalificatie. Een mbo-certificaat kan niet verbonden worden aan kwalificatie-eisen die afkomstig zijn van verschillende kwalificaties. Het kan wel zo zijn dat je onderdelen selecteert uit het basisdeel van een kwalificatiedossier. In dat geval kies je voor één specifieke kwalificatie uit dat dossier.
13Welke beroepsgerichte onderdelen mag ik selecteren uit een kwalificatie en mag ik deze ook aanpassen?
Aan een beroepsgericht onderdeel van een kwalificatie een certificaat worden verbonden, mits dit beroepsgericht onderdeel ten minste één volledig werkproces bevat met de voor de uitvoering van dit werkproces benodigde kennis- en vaardigheden. Dit beroepsgerichte onderdeel bevat in ieder geval een aantal elementen van een kerntaak: complexiteiten zelfstandigheid, kennis en vaardigheden en een of meer werkprocessen. Je mag elementen die voor het mbo-certificaat niet relevant zijn weglaten. Je mag bij het selecteren van kwalificatie-eisen geen nieuwe teksten toevoegen. De kleinste eenheid van een mbo-certificaat is het werkproces. Uit de beschrijving van een werkproces mag niets worden weggelaten.
14Kunnen behaalde mbo-certificaten gestapeld worden tot een diploma?
Tussentijds stapelen van certificaten tot een diploma kan niet. De examencommissie mag alleen aan het einde van de opleiding een certificaat uitreiken aan studenten die de opleiding zonder diploma verlaten. Studenten die aan de diploma-eisen voldoen ontvangen het diploma. Als een student meerdere onderdelen van een kwalificatie heeft behaald waarvoor een mbo-certificaat is vastgesteld, zal hij daarna de ontbrekende onderdelen van een opleiding moeten behalen. Dat kunnen kerntaken, werkprocessen, keuzedelen en de generieke onderdelen taal, rekenen en loopbaan & burgerschap betreffen.
15Wat houdt de 'indicatie studielast' in bij mbo-certificaten voor beroepsgerichte onderdelen?
In de bijlage ‘eisen mbo-certificaat’ wordt een indicatie van de studielast gegeven. Deze varieert tussen 240 uur en 1.200 uur. Deze indicatie geeft aan hoe de studielast van eisen uit het certificaat zich verhouden tot de studielast van de volledige beroepsopleiding. Daarbij wordt gerekend met de nominale studieduur voor volledige beroepsopleidingen. De studielast geeft een indicatie van de tijd die een gemiddelde student, vanuit instroom uit het vmbo, nodig heeft om de voor het certificaat geselecteerde kwalificatie-eisen te beheersen op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar.
16Wie kunnen een verzoek indienen voor het verbinden van een mbo-certificaat aan een beroepsgericht onderdeel of keuzedeel?
Onderwijsinstellingen en bedrijven kunnen samen een voorstel doen aan SBB voor het verbinden van een certificaat aan een keuzedeel of beroepsgericht onderdeel. Dit voorstel moet worden voorzien van een onderbouwing.
17Hoe lang duurt de behandeling van een voorstel voor een mbo-certificaat?
Onderwijs en sociale partners in de sectorkamers beoordelen deze voorstellen. Ook beoordeelt de Toetsingskamer of het voorstel voldoet aan het toetsingskader. Op basis hiervan doet SBB een voordracht aan de minister. De behandeling van een goed onderbouwd voorstel zal twee tot drie maanden duren.
18Waar kan ik een voorstel doen voor een mbo-certificaat?
Op de portal Kwalificatiestructuur staat het aanvraagformulier: https://kwalificatiestructuur-mijn.s-bb.nl/aanvraag. In het aanvraagformulier zijn de beoordelingscriteria geformuleerd waarop de aanvraag wordt beoordeeld.
19Kan, tegelijkertijd met een voorstel voor een nieuw keuzedeel, ook een voorstel gedaan worden om hieraan een certificaat te verbinden?
Ja dit is mogelijk. Het keuzedeel moet dan zowel geschikt zijn voor een diplomagerichte opleiding als voor een certificaattraject voor werkenden en werkzoekenden. Er worden geenkeuzedelen vastgesteld die alleen gericht zijn op bij- en omscholing van werkenden en werkzoekenden. Als een aanvraag wordt ingediend bij SBB, wordt eerst het volledige proces doorlopen zoals die van toepassing is voor alle keuzedelen. Nadat een positieve beoordeling heeft plaatsgevonden en de toegevoegde waarde van het keuzedeel voor een diplomagerichte opleiding vaststaat, neemt SBB het voorstel in behandeling om aan dit keuzedeel een certificaat te verbinden.
20Waar vind ik informatie over uitvoering van certificaattrajecten?
In de handreikingen ‘mbo-certificaten’ en ‘derde leerweg’ is informatie opgenomen over uitvoering van certificaattrajecten. Deze twee handreikingen zijn te vinden op de website van het Kennispunt Onderwijs en Examinering.
21Wat zijn certificaten voor het groen beroepsonderwijs?
Certificaten voor groen beroepsonderwijs houden verband met wettelijke beroepsvereisten voor gewasbescherming, dierverzorging, en voortplanting. De handreiking.
keuzedeel ontwikkelen
1Wat zijn de sbu-criteria?
Kies de omvang in studiebelastingsuren (sbu) voor het keuzedeel. Minimaal 240 sbu, maximaal 960 sbu (in eenheden van 240 sbu). De omvang van het keuzedeel moet passen binnen de keuzedeelverplichting. Voorbeeld: een keuzedeel van 720 sbu kan niet gekoppeld worden aan een 2-jarige kwalificatie met een keuzedeelverplichting van 480 sbu.

De omvang van de keuzedeelverplichting is afgeleid van het soort opleiding:

• Entreeopleiding op niveau 1: 240 sbu
• Basisberoepsopleiding op niveau 2: 480 sbu
• Vakopleiding op niveau 3: 720 sbu
• Middenkaderopleiding op niveau 4: 720 sbu
• Middenkaderopleiding (4-jarig) op niveau 4: 960 sbu (per schooljaar 2022/2023, 720 sbu)
• Specialistenopleiding op niveau 4: 240 sbu

Kanttekening: de omvang van de keuzedeelverplichting kan 240 sbu lager zijn indien de onderwijsinstelling gebruik maakt van de mogelijkheid om een deel van de keuzedeelverplichting te gebruiken voor persoonlijke, culturele of levensbeschouwelijke vorming. Deze mogelijkheid geldt niet voor de Entreeopleiding en de Specialistenopleiding omdat er in dat geval helemaal geen keuzedeelverplichting overblijft. Uitvoering van het keuzedeel kan plaatsvinden in de vorm van begeleid onderwijs, bpv en/of zelfstudie.
2Hoe bepaal ik het type keuzedeel?
Er zijn vier typen keuzedelen: verdiepende, verbredende, doorstroom en remediërende keuzedelen. U kunt meerdere typen selecteren.

• Doorstroom: Deze keuzedelen bevatten (vak)inhouden en / of competenties die bevorderen dat de deelnemer kan slagen op een hoger niveau binnen het mbo of in de overstap naar het hbo.
• Verdiepend: Deze keuzedelen zijn direct gerelateerd aan de inhoud van de kwalificatie waaraan het gekoppeld is. De inhoud vormt een verdieping van een onderdeel van de kwalificatie. Een verdiepend keuzedeel kan bijvoorbeeld gebruikt worden om te oriënteren op het hogere aanpalende niveau.
• Verbredend: Deze keuzedelen bevatten inhouden die los staan van de kwalificatie waaraan ze gekoppeld zijn, maar vormen daarop wel een zinvolle aanvulling. Er is per definitie geen sprake van overlap tussen het verbredende keuzedeel en de kwalificatie.
• Generiek: Deze keuzedelen hebben een sectoroverstijgend karakter. Ze zijn doorgaans gekoppeld aan een groot aantal kwalificaties dan wel kunnen daaraan gekoppeld worden omdat ze niet contextspecifiek ingekleurd zijn.
• Remediërend: Dit type geldt voor de Entree-opleiding en de niveau 2-opleidingen. Een remediërend keuzedeel mag inhoud bevatten die al deel uitmaakt van de kwalificatie waaraan het gekoppeld is. Dat is met name mogelijk gemaakt omdat taal en rekenen voor een deel van deze doelgroep een struikelblok vormt.
3Waar moet ik op letten bij het formuleren van een kerntaaktitel?
Zorg dat de titel uniek is en duidelijk maakt waar de kerntaak over gaat. De titel mag geen cijfers bevatten.

Een kerntaak beslaat een belangrijk, redelijk autonoom deel van de beroepsuitoefening. Kies een titel die representatief is voor dit deel van het beroep en de daarmee samenhangende vakkennis, vaardigheden en (indien van toepassing) werkprocessen. Formuleer de kerntaaktitel titel kort, bondig en actief.
4Hoe beschrijf ik de complexiteit van een kerntaak?
Complexiteit is één van de aspecten die het niveau van de kerntaak bepalen. Complexiteit wordt beschreven in een lopend verhaal en in de context van de kerntaak.

Complexiteit verwijst naar de aard van het werk, de aard van de vakkennis en vaardigheden en de context waarbinnen handelingen uitgevoerd worden. Beschrijf beknopt:

• De aard van de werkzaamheden: wisselend of gestructureerd, lokaal of ook internationaal.
• De mate van standaardisering van werkzaamheden en de diversiteit ervan.
• De aard van de kennis en vaardigheden: Gaat het om basale kennis, basiskennis, kennis of specialistische kennis? Hoe breed is het domein van de kennis c.q. de vaardigheden waarover de beroepsbeoefenaar dient te beschikken? Maak hierbij gebruik van de NLQF-descriptoren (zie handleiding, het schrijven van een keuzedeel).
• Overige complicerende factoren, zoals mate van afbreukrisico en kenmerkende beroepsdilemma's.
5Hoe beschrijf ik het niveau van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid?
Beschrijf, met behulp van de NLQF-descriptoren, wat de mate van zelfstandigheid en de aard van verantwoordelijkheid is. Beschrijf (waar relevant) het typerende niveau-onderscheid. Waaraan kun je zien om welk niveau het gaat? Dit moet tot uitdrukking komen in de beschrijving.

De NLQF-descriptoren laten bijvoorbeeld zien dat het onderscheid tussen niveau 3 en 4 met name zit in de mate van verantwoordelijkheid voor het werk van anderen: een gedeelde verantwoordelijkheid voor het resultaat van routinewerk van anderen (3) tegenover gedeelde verantwoordelijk voor het resultaat van het werk van anderen (4). De 'span of control' is breder bij niveau 4.
6Welke richtlijnen gelden voor het beschrijven van de vakkennis en vaardigheden?
Het kwalificatiedossier bevat een duidelijke en evenwichtige beschrijving van vakkennis en vaardigheden van de beroepengroep (basistheorieën, principes, concepten, methodieken, instrumenten) die voorwaardelijk zijn voor het succesvol uitoefenen van de werkprocessen in een kerntaak.

Voor de beschrijving van vakkennis en vaardigheden gelden de volgende richtlijnen:

• Beschrijf vakkennis en vaardigheden actief in een volledige zin met werkwoord, onderwerp en context.
• Doe dat met behulp van de beschrijvingswijze van het NLQF. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen de diepgang en de inhoud van de kennis of vaardigheid.
• Geef aan wat het niveau van de gevraagde vakkennis en vaardigheden is door middel van de NLQF-descriptoren. Beschrijf vakkennis en vaardigheden op het goede abstractieniveau, zodat deze niet binnen 5 jaar verouderd en achterhaald zijn
• Formuleer vakkennis en vaardigheden zodanig concreet dat ze voldoende houvast bieden voor gebruikers voor de inhoudelijke inrichting van het onderwijs, de examens en de beroepspraktijkvorming;
• Bewaak het onderscheid tussen vakkennis en vaardigheden:

o bij vakkennis gaat het om reproductie van of inzicht in theorieën, principes, concepten;
o bij vaardigheid gaat het om het kunnen toepassen daarvan in een bepaalde beroepscontext.

• Bewaak het onderscheid én de samenhang tussen handelingen in de werkprocessen en vakkennis en vaardigheden.
7Waar moet ik op letten bij het formuleren van een titel voor een werkproces?
Zorg dat de titel uniek is en duidelijk maakt waar het werkproces over gaat. De titel mag geen cijfers bevatten.

Een werkproces beschrijft een afgebakend aantal handelingen die gaan over één thema/onderwerp en overlappen niet met handelingen in andere werkprocessen. Kies een werkprocestitel die representatief is voor deze onderliggende handelingen. Formuleer de kerntaaktitel titel kort, bondig en actief.
8Aan welke criteria moet de omschrijving van een werkproces voldoen?
Benoem handelingen die iemand uitvoert om tot een resultaat te komen. Zorg dat de omschrijving over één thema gaat, geen overlap heeft met een ander werkproces en past bij de titel van de kerntaak.

Een omschrijving van een werkproces:
• beschrijft handelingen die passen bij de gekozen titel;
• vormt een afgebakend geheel, d.w.z. de handelingen in een werkproces gaan over één thema/onderwerp en overlappen niet met handelingen in een ander werkproces;
• bestaat uit meerdere samenhangende handelingen (nooit één handeling);
• is specifiek en contextrijk geformuleerd zodat er sprake is van kleuring en herkenbaarheid van de branche (de uitzondering hierop wordt gevormd door werkprocessen die een branche- of sectoroverstijgend karakter hebben zoals dat bijvoorbeeld geldt voor werkprocessen op thema's als management en ondernemerschap);
• is op het goede abstractieniveau geformuleerd en bevat geen 'genest' werkproces, dat wil zeggen: een werkproces mag geen ander werkproces omvatten;
• is beschreven in actieve schrijftaal en is kort en bondig beschreven;
• beschrijft wat een beginnend beroepsbeoefenaar doet en is uitvoerbaar in het onderwijs en in het bedrijf;
• kent een begin en een eind, heeft een waarneembaar resultaat.

Controlevraag: Kan dit werkproces in de praktijk worden uitgevoerd door de beginnend beroepsbeoefenaar? (dus mag het ook tijdens de BPV worden geoefend?)
9Hoe beschrijf ik het resultaat van een werkproces?
Is een werkproces afgerond? Dan is er altijd een resultaat dat logisch aansluit op de totaal van verrichte handelingen. Benoem dit eindresultaat.

Een werkproces heeft een resultaat in termen van opbrengst of uitkomst waaraan de beroepsbeoefenaar bijdraagt. Probeer hierbij te komen tot een algemeen resultaat van het werkproces; geef geen opsomming van deelresultaten. Het geformuleerde resultaat moet een logisch gevolg zijn van en aansluiten bij de beschreven handelingen.

Resultaten:
• zijn onderscheidend uitgewerkt;
• zijn zo concreet mogelijk geformuleerd: een omschrijving van een concrete uitkomst of opbrengst en de eigenschappen waaraan die uitkomst moet voldoen;
• zijn consistent beschreven met het niveau van de kwalificatie (beginnend beroepsbeoefenaar/NLQF-descriptoren/complexiteit);
• zijn het resultaat van dat werkproces (van zowel het 'wat': de handelingen als het 'hoe': de wijze van uitvoering van de handelingen);
• zijn op het goede abstractieniveau beschreven;
• zijn te verbinden aan de werkprocessen en bevatten geen elementen die niet voorkomen in dan wel niet logisch voortvloeien uit het werkproces.
10Hoe omschrijf ik gedrag bij een werkproces?
Beschrijf het gedrag dat iemand tijdens het uitvoeren van het werkproces laat zien. Voorbeelden zijn: klantgericht, planmatig of proactief.

Gedragsomschrijvingen bevatten een norm die de gewenste houding van de beroepsbeoefenaar beschrijft passend bij het werkproces (bijvoorbeeld: proactief, initiërend, klantgericht, inlevend, samenwerkingsgericht etc.) en/of de adequate wijze van handelen (bijvoorbeeld: volgens de richtlijnen, planmatig, gestructureerd etc.). Noem bij ieder werkproces alleen het essentiële gedrag voor dat werkproces. Bij gedrag gaat het dus niet om wat hij doet, maar om hoe hij het doet. Doe dat in de vorm van een puntsgewijze opsomming.

Het gedrag beschrijft hoe men kan 'zien' dat een beginnend beroepsbeoefenaar de competentie succesvol inzet om bij te dragen aan het resultaat. Kies de competentie waarvan het gedrag is afgeleid.
veranderaanpak keuzedelen
1Scholen en bedrijven mogen zelf keuzedelen ontwikkelen. Wat betekent dat?
Mbo-scholen mogen zelf, samen met het bedrijfsleven, keuzedelen ontwikkelen. Zij kunnen bij SBB een melding doen van een nieuw keuzedeel. In het proces vervalt de betrokkenheid van sectorkamers en marktsegmenten. Wel moeten keuzedelen voldoen aan het vastgestelde toetsingskader. De rol van de Toetsingskamer vervalt dus niet. Elk keuzedeel wordt na ontwikkeling getoetst op criteria benoemd in het  Toetsingskader kwalificatiestructuur, zoals meerwaarde voor het register (geen ondoelmatige overlap met andere keuzedelen), omvang (past het in de keuzedeelverplichting) en vormvereisten. Als het keuzedeel voldoet wordt het aangeboden aan de minister voor vaststelling.
2Hoe doen scholen en bedrijven straks een voorstel voor een nieuw keuzedeel?
Om indieners stap voor stap te helpen bij het melden of ontwikkelen van een nieuw keuzedeel ontwikkelt SBB een online tool. Omdat we de groei van het aantal keuzedelen willen bewaken hebben we afspraken gemaakt over de wijze van indienen van keuzedelen. Voor iedere aanvraag is steun nodig van het college van bestuur (c.q. het bevoegd gezag) en van representatieve vertegenwoordigers van het (georganiseerd) bedrijfsleven. Dat is van belang met het oog op het draagvlak bij onderwijs en regionale bedrijfsleven, maar ook voor de uitvoerbaarheid en betaalbaarheid van het beoogde keuzedeel en de onderwijs- en examenmiddelen die ontwikkeld moeten worden. Met behulp van de online tool worden indieners vervolgens stap voor stap geholpen.
3Kan SBB helpen bij de ontwikkeling van keuzedelen?
Indieners van een keuzedeel kunnen voor de ontwikkeling zeker een beroep blijven doen op ondersteuning het team Kwalificeren & Examineren van SBB. Ook om te sparren over een uitwerking. Bovendien plaatst SBB handleidingen op de online tool om indieners te helpen bij het zelf ontwikkelen van een keuzedeel. Indieners kunnen over hun idee voor een nieuw keuzedeel ook advies vragen van de Toetsingskamer over de toetsingscriteria. Bijvoorbeeld om te onderzoeken of er al een vergelijkbaar keuzedeel in het register is opgenomen. Ook dat kan via het portal kwalificatiestructuur.
4Verandert er iets aan het aanvragen van een mbo-certificaat voor een keuzedeel?
Er verandert niets aan het aanvragen van een certificaat. Over de ontwikkeling van keuzedelen waarvoor een mbo-certificaat wenselijk is, zullen sectorkamers en marktsegmenten het bestuur van SBB blijven adviseren. Het is eveneens mogelijk om een certificaat aan te vragen voor een al eerder ontwikkeld keuzedeel. Ook dat loopt via de sectorkamers.
5De koppeling van keuzedelen aan kwalificaties wordt losgelaten. Wat betekent dat voor de aanvraag van een nieuw keuzedeel?
Vooruitlopend op aanpassing van de wet zal de minister vanaf studiejaar 2020-2021 voor nieuwe keuzedelen geen koppeling meer vaststellen. Voor deze maatregel is een wijziging nodig in de WEB. Bij ontwikkeling van een nieuw keuzedeel geeft de indiener aan voor welke opleiding(en) of voor welk opleidingsdomein het keuzedeel bedoeld is. Op die manier wordt duidelijk welke combinaties de voorkeur hebben. Een keuzedeel mag geen ondoelmatige overlap kennen met de mbo-kwalificatie waarvoor het keuzedeel wordt ontwikkeld.
6Wat betekent het loslaten van de koppeling voor het aanbieden van keuzedelen?
Voor het loslaten van de koppeling tussen keuzedeel en kwalificatie is een wijziging van de WEB noodzakelijk. De voorbereidingen zijn erop gericht dat deze wijziging in werking treedt per schooljaar 2022-2023 voor alle studenten. In de tussentijd stelt de minister geen nieuwe koppelingen meer vast voor nieuwe of gewijzigde keuzedelen die na 1 augustus 2020 worden vastgesteld. Van scholen die deze keuzedelen aanbieden wordt wel verwacht dat zij ervoor zorgen dat het keuzedeel geen ondoelmatige overlap kent met de kwalificatie waarbij het wordt aangeboden. Ook moet een school desgevraagd kunnen uitleggen dat dit keuzedelenaanbod past bij de student, diens belangstelling en de wensen van de arbeidsmarkt. Reeds bestaande keuzedelen van voor 1 augustus 2020 blijven gekoppeld aan een of meerdere kwalificaties tot aan de inwerkingtreding van de wetswijziging. Voor deze keuzedelen kunnen scholen zoals gebruikelijk wel koppelverzoeken blijven indienen bij SBB om een nog niet bestaande koppeling tussen keuzedeel en kwalificatie mogelijk te maken. Ook kunnen studenten altijd een verzoek doen voor het volgen van een niet-gekoppeld keuzedeel.
7Aanvulling op vraag 6 voor niet-bekostigde instellingen
Een niet-bekostigde instelling, die op grond van de WEB keuzedelen mag aanbieden die gekoppeld zijn aan de kwalificatie(s) waarvoor het een diploma-erkenning heeft, mag eveneens elk keuzedeel aanbieden dat na 1 augustus 2020 is vastgesteld. De niet-bekostigde instelling moet naast uitleg over het passen van het keuzedeel bij de student, belangstelling en de wensen van de arbeidsmarkt, desgevraagd kunnen uitleggen dat dit aanbod past bij de beroepsopleidingen waarvoor de NBI een diploma-erkenning heeft. Verder geldt ook voor een niet-bekostigde instelling dat zij borgt dat het keuzedeel geen ondoelmatige overlap heeft met de kwalificatie waarbij het wordt aangeboden.
8Waarom komen er op niveau 2 bijspijkerkeuzedelen?
Voor mbo-opleidingen op niveau 2 worden voortaan remediërende keuzedelen toegestaan. Deze mogelijkheid bestaat al voor de entreeopleiding. De inhoud van keuzedelen mag overlappen met die van een kwalificatie op niveau 2. Voor studenten met een achterstand kunnen remediërende keuzedelen van meerwaarde zijn om alsnog een startkwalificatie te behalen. Dat vergroot hun kansen op succes in het vervolgonderwijs of op de arbeidsmarkt. Zo is bijvoorbeeld een goed taal- en rekenniveau essentieel voor het functioneren in de samenleving. Vanzelfsprekend kunnen ook verdiepende, verbredende en op doorstroom gerichte keuzedelen worden aangeboden op niveau 2.

Meer informatie over de inzet van keuzedelen voor remediering kunt u vinden in de publicatie Keuzedelen voor remediëring? Even spieken… dat te vinden is bij het Kennispunt MBO Onderwijs Examinering.
9Worden de regels voor examinering aangepast?
Er komt meer ruimte om de examinering van keuzedelen verantwoord en uitvoerbaar in te richten. Denk daarbij aan representatief examineren en het inzetten van examenvormen als portfolio. Het Kennispunt MBO Onderwijs & Examinering zal hiertoe in overleg met het ministerie van OCW en Inspectie van het Onderwijs een handreiking ontwikkelen en bijeenkomsten organiseren om scholen te informeren over deze mogelijkheden.
10Hoe wordt de vrijstellingsregeling aangepast?
Studenten die binnen het mbo doorstromen naar een vervolgstudie of switchen van opleiding, krijgen ruimere mogelijkheden voor vrijstelling op al behaalde keuzedelen. Deze maatregel wordt nader uitgewerkt.
11Hoe wordt de regeldruk bij keuzedelen verminderd?
Een van de maatregelen is dat de onderwijsovereenkomst (OOK) wordt afgeschaft. Hiervoor is wetgeving in voorbereiding, die op termijn, na goedkeuring door de Eerste en Tweede Kamer en op zijn vroegst per augustus 2023, in werking kan treden. Keuzedelen hoeven vanaf dan dus niet meer te worden toegevoegd aan de OOK, en dat scheelt flink in de administratieve lasten. Daarnaast kan de school nu keuzedelen in het aanbod opnemen die niet gekoppeld zijn aan de kwalificaties en is de procedure van zelf ontwikkelen van een keuzedeel (in de regio) sterk vereenvoudigd. Er wordt nog verder uitgewerkt op welke andere manieren de administratieve last en regeldruk verder kan worden verminderd.
12Wat houdt de slaag-zakregeling voor keuzedelen in?
Voor alle studenten die op 1 augustus 2020 starten met een opleiding geldt dat de hoogte van de examenresultaten van keuzedelen meetelt voor het behalen van het diploma. De invoering verloopt cohortsgewijs. Hierbij moet rekening gehouden worden met de zogenaamde compensatieregeling.
Deze ziet er als volgt uit:

- het gemiddelde examenresultaat voor keuzedelen is ten minste een ‘voldoende’ of een 6 (zes) - voor minimaal de helft van de keuzedelen is ten minste een ‘voldoende’ of een 6 (zes) gehaald - het resultaat van een keuzedeel is minimaal een 4 (vier) of een gelijkwaardige eindwaardering
- de omvang van een keuzedeel weegt niet mee in de weging van het gemiddelde

Een nadere toelichting hierop kunt u lezen in de brochure Keuzedelen: doorstroom en vrijstelling, Even spieken…. van Kennispunt MBO Onderwijs & Examinering. Ook uitgebracht door het kennispunt is een handreiking examinering van keuzedelen.
13Hoeveel sbu aan keuzedelen moeten studenten volgen bij een middenkaderopleiding die langer dan 3 jaar mag duren?
Op dit moment is dat nog 960 sbu, maar er wordt gewerkt aan een wijziging van het Examen en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB waarmee de eis wordt bijgesteld naar 720 sbu. Door deze wijziging wordt het aantal sbu aan keuzedelen dat moet worden gevolgd voor alle middenkaderopleidingen gelijk gesteld ongeacht de studieduur, net zoals dat het geval is bij de vakopleidingen en de basisberoepsopleidingen. Ook daar heeft de opleidingsduur namelijk geen invloed op de omvang van de keuzedeelverplichting. Naar verwachting gaat deze wijziging in per studiejaar 2022-2023.
14Kan het aanbieden van Persoonlijke, culturele of levensbeschouwelijke vorming (PCL) in de plaats van een keuzedeel ook op een enkele locatie van een mbo-instelling?
Ja dit kan. Het besluit om een keuzedeel te vervangen voor PCL binnen een opleiding hoeft niet te gelden voor alle locaties van een instelling waar deze opleiding gegeven wordt. De instelling heeft de vrijheid om dit voor dezelfde opleiding op de ene locatie wel en op de andere locatie niet te doen.
15Mag een keuzedeel verplicht worden gesteld?
Het uitgangspunt is dat een student zelf de keuze heeft hoe hij of zij zich wil verdiepen, verbreden of oriënteren op doorstroom door middel van keuzedelen. Er moet gedurende de opleiding dus altijd sprake zijn van een keuzemoment tussen meerdere keuzedelen en dat betekent dat de school moet zorgen voor een keuzedelenaanbod waarin er voor de student echt iets te kiezen valt.
16Wat als een keuzedeel door ontwikkelingen zo essentieel wordt dat het eigenlijk onderdeel zou moeten uitmaken van het reguliere programma van een opleiding?
Door ontwikkelingen in het beroep kunnen sommige keuzedelen zo essentieel worden dat ze eigenlijk voor elke student onderdeel zouden moeten uitmaken van de kwalificatie waarop het reguliere programma van een opleiding is gebaseerd. De inhoud van het keuzedeel zou dan moeten worden opgenomen in de kwalificatie zelf. Scholen kunnen dit soort signalen melden bij de sectorkamer van SBB die verantwoordelijk is voor het onderhoud van het kwalificatiedossier. Bij actualisering van kwalificaties bekijken sectorkamers altijd of de inhoud van keuzedelen in de kwalificatie opgenomen moet worden.
17Mogen studenten die in de derde leerweg een deel van de opleiding willen volgen, ook kiezen voor de nieuwe keuzedelen van na 1 augustus 2020?
Scholen hebben, in de derde leerweg, de mogelijkheid om met een student af te spreken dat deze een deel van een opleiding volgt. Dit kan ook een keuzedeel zijn dat na 1 augustus 2020 is vastgesteld. De school moet wel kunnen uitleggen dat het keuzedeel passend is, zie het antwoord op vraag 6. De werkwijze bij inschrijving is bij de niet-gekoppelde keuzedelen van na 1 augustus 2020 hetzelfde als bij bestaande keuzedelen die aan meerdere kwalificaties zijn gekoppeld: - de school legt, in overleg met de student, in de onderwijsovereenkomst vast om welk deel van welke opleiding het gaat (naam en code keuzedeel en naam en code kwalificatie). - de school dient vooraf aan inschrijving te beschikken over de diploma-erkenning derde leerweg van deze kwalificatie. Bij de voorgenomen wetswijziging vanwege het loslaten van de koppeling onderzoekt het ministerie van OCW ook of bovenstaande werkwijze nog passend is.

Vraag niet beantwoord?

Is uw vraag nog onbeantwoord? U kunt contact opnemen met SBB of Kennispunt Onderwijs & Examinering.